Het verhaal volgt de 31‑jarige Camille, die in 1989 in Drieankerbaai, Zuid‑Afrika, op een kruispunt in haar leven staat. Ze bezoekt ieder jaar het graf van haar moeder, de beroemde dichteres Astrid Viljoen, die in 1965 de zee in liep en zichzelf van het leven beroofde toen ze even oud was als Camille nu is. Die dreigende leeftijdsgrens maakt dat Camille voelt dat ze haar verleden onder ogen moet zien om niet in dezelfde destructieve patronen te vervallen.
Vanaf dat moment reist het verhaal terug in de tijd en ontvouwt zich een familiekroniek van drie generaties vrouwen: o(u)ma Emily, haar dochter Cecilia en kleindochter Astrid. Cecilia keert na een mislukt huwelijk zwanger terug naar de boerderij van haar ouders, gekweld door schuld en zelftwijfel, terwijl haar psychische problemen langzaam verergeren en uiteindelijk in opnames, wanen en zelfmoordpogingen uitmonden. Astrid groeit daardoor deels op bij haar grootouders en later bij haar vader Samuel, een schrijver en vurige aanhanger van de apartheid, in een huis waar ze zich nooit werkelijk gewenst voelt. Haar uitzonderlijke literaire talent wordt vroeg gezien, maar de erkenning die zij het meest zoekt, die van haar vader, blijft uit en mondt uit in voortdurende conflicten over politiek, poëzie en principes.
Astrids onrust, verslaving en depressies brengen uiteindelijk haar eigen moederschap en de band met Camille in gevaar, totdat ze kiest voor de dood en haar dochter met vragen achterlaat.
Jaren later probeert Camille, zelf worstelend met verslaving en psychisch lijden, door het reconstrueren van haar moeders leven een andere weg te kiezen en de cyclus te doorbreken.
Oordeel (BL 7.2)De fictieve constructie is geïnspireerd op het leven van Ingrid Jonker, een Zuid-Afrikaanse dichter uit de twintigste eeuw.
Een mooi verhaal, maar verdwaalt af en toe wel in details. Aan de andere kant komen de psychische problemen van Cecilia en Astrid hierdoor wel goed naar voren.