We leren James Welmoed kennen als vijfjarige in Engeland en als zevenjarige in Oegstgeest. Hij wordt op school gepest als het vreemde, Engelse jongetje.
Dan de jaren dertig van de vorige eeuw. James ontmoet Elizabeth van Elzenburg. Hij is een sociaal ambitieuze ambtenaar, geslepen, schijnbaar stoïcijns. Zij is een schrijver in de dop, uitbundig, avontuurlijk, onverslaanbaar bijdehand. Niets hebben ze met elkaar gemeen – behalve dan dat ze niet kunnen ophouden aan elkaar te denken.
Wat volgt is een affaire die door de decennia brandt en zich in geheime kamers afspeelt, terwijl buiten de wereld halsoverkop verandert. Van het koloniale Bandoeng naar Londen tijdens de Blitz, waar James een assistent van Prins Bernard is. En van het naoorlogse Den Haag als moeilijk peilbaar ambtenaar tot het Caïro van Nassar, waar James op eigen initiatief bemiddelt over de vrijlating van de idealistische student Jason, zoon van Elisabeth, waarna hij overlijdt. Op de achtergrond speelt ook het verhaal van de homoseksuele Hulst, de assistent van Welmoed in Bandoeng.
Oordeel (BL 6.8)Dit is wel een literair hoogstandje; mooi geschreven, rijk en boeiend taalgebruik, alle taferelen in verschillende tijden en culturen worden scherp en geloofwaardig weggezet. Je blijft nieuwsgierig uitkijken naar de vervolgstappen in het levensverhaal van James. (De maker van de samenvattingen is enthousiaster dan BL).
Links: